|

Menigeen struikelt over de Franse taal. Het is ook niet eenvoudig. De uitspraak, de logica. Neem de woordjes ver, vers, verre, vert. Je spreekt het uit als "ver", echter het betekend toch compleet iets anders, namelijk respectievelijk worm, naar* of rond*, glas, groen. Dat maakt het soms best lastig, wat bedoelen ze nu? Tja dat zou je uit het gesprek kunnen begrijpen. Want tja je drinkt geen cola uit een worm of die schutting is niet glas.
*vers -> naar Marseille *vers -> rond het middaguur
 En zo nog legio, maarrrr wij zijn ook niet heilig hoor.
Hier een fantastisch voorbeeld van onze eigen gecompliceerde taal:
Het meervoud van slot is sloten. Maar toch is het meervoud van pot, geen poten. Evenzo zegt men; een vat twee vaten. Maar zal men niet zeggen: een kat twee katen.
Wie gisteren ging vliegen, zegt heden ik vloog. Dus zeggen ze misschien ook van wiegen ik woog. Neen mis! want ik woog is afkomstig van wegen. Maar is nu ik "voog", een vervoeging van vegen.
En van het woord zoeken vervoegt men ik zocht. En dus hoort bij vloeken, misschien wel ik vlocht. Alweer mis! want dit is afkomstig van vlechten. Maar ik hocht is geen juiste vervoeging van hechten.
Bij roepen hoort riep, bij snoepen geen sniep. Bij lopen hoort liep, maar bij slopen geen sliep. Want dit is afkomstig van het schone woord slapen. Maar zeg nu weer niet, ik riep bij het woord rapen.
Want dat komt van roepen, en u ziet terstond. Zo draaien wij vrolijk in een kringetje rond. Van raden komt ried, maar van baden geen bied. Dat komt van bieden, (ik hoop dat u 't ziet). Ook komt hiervan bood, maar van wieden geen wood.
U ziet de verwarring is akelig groot. Nog talloos veel voorbeelden kan ik u geven. Want gaf hoort bij geven, maar laf niet bij leven. Men spreekt van wij drinken, wij hebben gedronken. Maar niet van wij hinken, wij hebben gehonken.
Het volgende geval, dat is bijna te bont. Bij slaan hoort, ik sloeg, niet ik sling of ik slond. Bij staan niet ik stong ik sting maar ik stond. Bij gaan hoort ik ging, en niet ik goeg of ik gond.
Een mannetjeskat, noemt men meestal een kater. Hoe noemt men een mannetjesrat, soms een rater. zo heeft het NEDERLANDS verschillende kwalen. Niettemin is en blijft het, DE TAAL DER TALEN. |